Recentelijk publiceerde het UWV dat zij de beslistermijn voor de beoordeling van het aanvragen van een WIA-uitkering verlengen naar 16 weken.1 Dit deed zij naar aanleiding van de alsmaar toenemende achterstand die zij hebben op het beoordelen van deze aanvragen.
In augustus 2025 waren er namelijk 23.200 mensen aan het wachten op een beoordeling, waarvan 5.500 reeds zes maanden aan het wachten waren. Gezien de omvang van de wachtlijsten en het feit dat het UWV werkt volgens het principe: “first in, first out”2 moge duidelijk zijn dat deze verlengde aanvraagtermijn allerminst realistisch is. Zij is slechts een middel om minder geld kwijt te zijn aan dwangsommen.
Dwangsommen: Hoe zit het daarmee?
Als je WIA-aanvraag niet tijdig behandeld wordt, dan kan je het UWV ingebrekestellen. Het UWV noemt dat een “melding te late beslissing”.3 Als je deze melding doet, dan heeft het UWV na ontvangst van de melding nog twee weken de tijd om een beslissing te nemen op de aanvraag. Na deze twee weken begint de teller te lopen voor de dwangsom. Na zes weken is het maximale bedrag bereikt en staat de teller op € 1.442,-.
Dit is de meest laagdrempelige en daarmee ook de meest voorkomende vorm van dwangsom die het UWV verschuldigd is. Het enige wat je ervoor hoeft te doen is een formulier in te vullen en deze op de post te doen.
De rechter
Zoals gemeld heeft het UWV vanaf het moment dat je hen ingebrekestelt twee weken de tijd om een beslissing te nemen. Doet zij dit niet? Dan begint de dwangsom te lopen wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Dit is echter ook het moment dat een tweede, minder bekende, route zich opent. Deze route bestaat naast de route van de ingebrekestelling: je hoeft dus niet te kiezen, maar je kan beiden bewandelen.
Het niet tijdig nemen van een besluit wordt namelijk in het kader van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit.4 Dit betekend dat door het uitblijven van het besluit na de ingebrekestelling de route naar de rechter zich opent.5
Omvang van de rechtszaak
Als je op grond van het niet tijdig beslissen beroep indient (een rechtszaak start), dan is het van belang om te weten dat deze rechtszaak alleen draait om het niet tijdig beslissen. Er wordt dus puur een procedurele uitspraak gedaan en geen inhoudelijke uitspraak of je wel of niet wordt afgekeurd. De rechter stelt dus alleen vast dat het UWV nog geen besluit heeft genomen, terwijl die dit wel had moeten doen.
Uitspraak van de rechter: een tweede dwangsom
Als de rechter vaststelt dat het UWV nog geen besluit heeft genomen terwijl zij dit wel had moeten doen, dan stelt de rechter een nieuw termijn voor het UWV om alsnog een uitspraak te doen.6 Uit de rechtspraktijk blijkt dat de rechter doorgaans een termijn oplegt van twee tot vier maanden. De rechter verkort deze termijn indien er bijvoorbeeld al afspraken gepland staat voor een keuring.7 Hieraan koppelt hij nog een tweede, omvangrijkere, dwangom. Deze bedraagt € 100,- per dag, tot een maximum van € 15.000,-. Deze dwangsom begint te lopen als het UWV niet binnen de gestelde termijn een besluit heeft genomen. Goed om te weten: doorgaans doet de rechter binnen 2 á 3 maanden na het indienen van het beroepschrift uitspraak.
Geen advocaat nodig
Voor het indienen van het beroepschrift, en daarmee het starten van de rechtszaak, is geen advocaat nodig. Dit mag je zelf doen. Wel is het aan te raden om eerst contact op te nemen met je vakbond of je rechtsbijstandverzekeraar als je die hebt om te kijken of zij dit voor jou kunnen doen.
Doorgaans wordt dit type rechtszaken volledig op papier afgedaan: er komt geen zitting. Jij dient jouw beroepschrift in bij de rechtbank of laat dit namens jou doen. Daarna dient het UWV een verweerschrift in. De rechter leest deze stukken en doet vervolgens uitspraak.
- https://www.uwv.nl/nl/magazines-nieuwsbrieven/nieuwsbrief-werkgevers/beslistermijn-wia-verlengd-naar-16-weken ↩︎
- Rb. Gelderland, 15 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2839, r.o. 5.5.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:2839 ↩︎ - https://www.uwv.nl/nl/klacht-melding-bezwaar/te-late-beslissing ↩︎
- Art. 6:2 sub b Awb. ↩︎
- Art. 6:12 lid 2 Awb. ↩︎
- Art. 8:55d Awb. ↩︎
- Rb. Gelderland, 15 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2839
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:2839
Rb. Midden-Nederland, 9 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:41
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:41
Rb. Zeeland-West-Brabant, 22 augustus 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5698.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:5698
Rb. Overijssel, 8 oktober 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:5276
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5276. ↩︎
Geef een reactie